Skip links

Te veel piercings op het werk? Kijk uit voor je baan

Een werkgever kan van zijn personeel best eisen dat het er keurig netjes uitziet. Als de kle­dingvoorschriften maar duidelijk zijn, want een werkgever kan niet zomaar alles lukraak ver­bieden.

Na een vakantie in het oosten besloot een man om voor zijn schoonmaakwerkzaamheden bij een hotel op Schiphol nog slechts gekleed te komen in traditionele Indiase sikh-kledij. Inclusief kleine dolk aan zijn riem en tulband op zijn hoofd. Zijn werkgever was het hier niet helemaal mee eens, maar de sikh bleef weigeren andere kleding te dragen tijdens zijn werk. Uiteindelijk besliste de rechter erover. De sikh mocht de kleding blijven dragen omdat hij er verzorgd uitzag en bereid was om de dolk onder zijn kleding te dragen.

Dat was in 1997. Anno 2013 zou de rechter heel anders over zo’n zaak beslissen, stelt Otto Lenselink, arbeidsrechtadvocaat bij Buntsma Van Dooren Stoof Advocaten in Breda. “Nederland is wel op zijn retour als het gaat om vrijheid en blijheid van uitingen van religie.” Zo mocht een Egyptische christen geen gouden kruis van vijf centimeter over zijn conducteursuniform dragen. En verbood de rechter een dialyseverpleegkundige om vanwege haar geloof lange mouwen te dragen tijdens haar werk.

Kledingvoorschriften speelden in deze uitspraken de sleutelrol. Het Gemeentelijk Vervoers Bedrijf Amsterdam en het Jeroen Boschziekenhuis in Den Bosch hadden heldere voorschriften. De conducteur was het verboden om zichtbare geloofsuitingen te dragen en verpleegkundigen mogen vanuit het oogpunt van hygiëne geen lange mouwen dragen tijdens het werk. En zo kan een werkgever veel van zijn personeel eisen op het vlak van kleding. Ook als dat het recht om het geloof te uiten, doorkruist.

Heldere voorschriften zijn daarbij alles. Een werkgever kan niet lukraak iets verbieden. Lenselink: “Hoe duidelijker de voorschriften, hoe groter de kans dat de rechter een ontslag op staande voet goedkeurt als iemand ze herhaaldelijk overtreedt.” De voorschriften moeten ook een duidelijk doel dienen. Zo kunnen ze toezien op representativiteit, zoals in het geval van de conducteur. In het geval van de verpleegkundige ging het om hygiëne. Maar het kan ook om veiligheid gaan. Vooral met kledingvoorschriften van deze laatste categorie hoeft een werknemer niet te spotten, de rechter zal bij overtreding gemakkelijk meegaan in een ontslag. Lenselink stond bijvoorbeeld een steigerbouwer bij die al twee keer was gewaarschuwd omdat hij geen helm droeg. “De derde keer is hij ontslagen. Terecht, volgens de rechter.”

Veruit de meeste frictie die ontstaat door kleding van personeel, wordt intern opgelost. Toen Jolanda Wessel van de Bredase HR-dienstverlener All Human ooit als personeelsfunctionaris in de elektrotechniek werkte, vertikte een monteur het om veiligheidsschoenen te dragen. Dat was wel verplicht. Wessel: “Ik ben met hem het gesprek aangegaan. Wat bleek? Hij vond de schoenen heel naar om te dragen. Het bedrijf heeft toen speciale schoenen laten maken.” Zo heeft Wessel ooit ook een meid met een aantal opvallende piercings in het gezicht aangenomen voor een receptiefunctie, nadat zij had toegezegd enkele piercings uit te nemen.

illustratie Fabienne de Lange

Heb je als werkgever bepaalde wensen qua representativiteit? Dan doe je er verstandig aan om dit via een circulaire of algemeen briefje te verkondigen. Bedrijven doen dit vaak nadat ze door schade en schande wijs zijn geworden. Dat is verrassend vaak in de zomer, stelt Wessel. “Mensen vragen zich dan af: hoe luchtig kan en mag ik mezelf kleden? Soms gaan mensen daarin heel ver.” Wessel was manager personeelszaken toen er een hittegolf uitbrak en het ook op kantoor niet meer uit te houden was. “Bij de vrouwen gingen hemdjes hoogtijdagen vieren, met als gevolg veel decolletés en blote schouders. De mannen dachten toen: ‘dat kunnen wij ook’. Een paar verschenen in korte broek en één zelfs op teenslippers. Die man heb ik naar huis gestuurd om schoenen aan te trekken. Nog wat andere mensen heb ik aangesproken en duidelijk gemaakt dat we aan het werken waren, en niet op een strand zaten. De kwestie heb ik besproken met de directie. In dat gesprek hebben we de kledinggrenzen bepaald, waarna die zijn rondgestuurd naar al het personeel. Dat geldt dan als kledingvoorschriften.”

Over smaak valt niet te twisten. Werkgevers stellen bepaalde grenzen en daar hoeft niet iedereen het mee eens te zijn. Spraakmakend was de zaak van de KLM-stewardess in 2010. Zij vond gemillimeterd haar, tatoeages en piercings best kunnen, terwijl KLM dat juist had verboden voor cabinepersoneel. KLM mocht de vrouw van de rechter ontslaan. Personeel is niet geheel overgeleverd aan de grillen van een manager. Er is een waarborg ingebakken, stipt Wessel aan: “Om kledingvoorschriften in te voeren, heb je toestemming van de ondernemingsraad nodig.”

Ook lastig is dat kledingmores per bedrijf en branche kunnen verschillen. Ook tijd is een factor. Zo verschuift de grens tussen formeel en casual. Lenselink: “Men kleedt zich nu veel informeler dan tien jaar geleden. Tien jaar geleden droeg iedereen in de advocatuur altijd een pak, inclusief ikzelf. Nu ga ik wel eens in een overhemd naar kantoor.” Wessel: “Kledingmores zijn altijd gekoppeld aan waarden en normen. Van personen, van bedrijven, maar ook van de maatschappij. Daardoor is het ook onderhevig aan maatschappelijke ontwikkelingen. Zo grijpen mensen nu, in crisistijd, naar formaliteiten en kleden ze zich veel formeler.”

 

Breda, 9 maart 2013,  BN De Stem, door Emiel van Dongen

Join the Discussion